Succes- en faalfactoren van Nederlandse winkelcentra

03 juni 2010

Ik ga vaak mee met studiereizen van de NRW (Nederlandse Raad van Winkelcentra) en SSM Retail Platform. Fantastisch. Leuk. En goed voor je netwerk. Prachtige, vaak net opgeleverde winkelcentra, worden bezocht. Wat mij opvalt is de zelfgenoegzaamheid van sommige reisgenoten: "Dit is niks" of: "Dit kunnen wij veel beter". Ik moet dan altijd mijn wenkbrauwen fronsen. Mijn indruk is juist dat er in het buitenland mooier, spannender en grootser wordt ontwikkeld. Opvallend genoeg vaak door een Nederlandse ontwikkelaar. Waarom kunnen Nederlandse ontwikkelaars in Nederland vaak niet het niveau bereiken, dat zij wel in het buitenland halen? Is het ons rigide dpo-beleid? Is het ons gepolder? Is het onze neiging tot grauwe middelmaat? Of onze 'ons ben zunig'-mentaliteit? Waarschijnlijk wel. En als we dan toch in Nederland proberen om er iets heel moois van te maken functioneert een dergelijk centrum vaak juist niet zo goed. Ik noem maar geen namen.

Want de goed functionerende planmatig opgezette winkelcentra in Nederland zijn niet mooi en glanzend. Maar ze hebben wel veel bezoekers en generen mooie omzet. ‘Werkpaarden' zijn het, volgens een van onze klanten. Een winkelcentrum als Alexandrium (Rotterdam) doet het uitstekend. Of een wijkcentrum als Groenhof (Amstelveen). Ook een Kronenburg in Arnhem is een centrum waar het geld stroomt en de bezoekers blijven komen. Vaak betreft dit juist oudere centra uit de jaren zestig, zeventig en vroege jaren tachtig. Centra die op de juiste plek staan.

Veel nieuwere centra doen het vaak minder goed. Al zijn er wel uitzonderingen. Een Stadshart Amstelveen is een grote hit. De Koopgoot doet de (bij)naam eer aan. En het Stadshart Almere (‘Citymall Almere') heeft een gouden toekomst. Dit zijn prima centra, doordat zij voortborduren op bestaand succes. Ze staan op de goede locatie! En de uitvoering is goed geweest (dat is wat anders dan een architectuurprijs willen winnen).

Waarbij ik aankom bij de kern van dit verhaal. ‘Het' gebeurt in onze binnensteden. Of ‘het' gebeurt juist in de periferie. Binnensteden blijven het kloppend hart van de Nederlandse retail. Alleen hier komen de beleving, het vermaak en het echte winkelen tot zijn recht. Verhalen over grote concurrentie van het internet en teruglopende bezoekersaantallen van de binnenstad zijn niet aan de orde.

Planmatig opgezette centra in de periferie blijven echter ook kansrijk. En ze mogen best ogen als enigszins plompe koopdozen. Een fors aantal grote stadsdeelcentra en grote wijkcentra voldoet prima, met name voor de dagelijkse boodschappen. Waarbij het gros van de consumenten liever ketens ziet dan ‘couleur locale' (hooguit worden lokale ondernemers gewaardeerd als aanvulling op de HEMA en Blokker, die er in ieder geval moeten zitten). Nederland een saai land qua winkelen? Ja! In ieder geval als het planmatig ontwikkelde centra betreft. Maar dat is niet erg. Houd de efficiënte koopdozen intact. En maak ze niet al te luxe. Het plezier, met her en der een vleugje exclusiviteit, vinden wij in de binnenstad. En als je daar iets ontwikkelt: heb respect voor historische omgeving. Succes verzekerd! Het is dus maar de vraag of we veel kunnen leren van de prachtige winkelpaleizen in het buitenland. Nederland is een buitenbeentje. Ook als het gaat om winkelen. Mooi toch?

Dit artikel is eerder gepubliceerd als estafette column in Vastgoedmarkt, mei 2010.

 

Hans van Tellingen is Algemeen Directeur van Strabo bv


Gesprek met adviseur Bestel brochure Stel een vraag

Weblog

Strabo
English
Over Strabo > Weblog > Succes- en faalfactoren van Nederlandse winkelcentra